Onderbouwing

De workshops en trainingen die we geven, zijn gebaseerd op verschillende methodieken. De voornaamste is AAI (animal-assisted interventions), gerelateerd aan AAT (animal-assisted therapy). We hebben onze definities van AAI en AAT in dit document beschreven.
In het artikel Spiegel van je hond wordt de toepassing van een model dat veel gebruikt wordt in coaching(het ijsbergmodel van McClelland) uitgelegd.
Als je meer wil weten over hoe coaching met honden werkt bij verschillende mensen, kun je het artikel Coachen met de hond als spiegel lezen. Op www.doggo.nl staat het artikel Leren van honden: de inzet van honden in coachtrajecten dat we in samenwerking met collega Marleen van Baal hebben geschreven. Hierin wordt, naast een theoretische toelichting, een casus beschreven waar een vrouw ontdekt hoe honden haar kunnen helpen bij het stellen van grenzen. In LosVast, een magazine voor hondeninstructeurs en gedragstherapeuten, beschreven we Een coachende aanpak van mens en hond.pdf
Kijk ook gerust bij Coachen met Honden in de media voor andere artikelen over ons vak.

In ons boek Wijze lessen van je hond worden verschillende coachmethodes en gereedschappen zoals de kernkwadranten van Ofman, systemische coaching, situationeel leiding geven, conflicthantering, lichaamsgerichte therapie toegelicht.

De effecten en werkzame componenten van het werken met assistentie van dieren in coaching, training en therapie zijn in verscheidene onderzoeken en studies gedocumenteerd. Voor een uitgebreid verslag kun je het artikel van Evelien Tewes raadplegen.
Verder hebben Evelien Tewes en Esra Tjemkes hun afstudeeronderzoeken gewijd aan animal assisted interventions. 

Samenvatting

Tijdens het werken met honden is de deelnemer in staat om aan zijn of haar eigen coachvraagstuk te werken. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een gewenste verandering in het gedragspatroon, of een verandering in hoe de deelnemer zich voelt (in bepaalde situaties). Hij of zij kan bijvoorbeeld de rol aannemen van een leider en de hond laten volgen, of leren van de hond door te ervaren hoe de hond omgaat met bepaalde situaties.

Het werken met de hond is laagdrempelig, leuk en inzichtgevend. Door kleine veranderingen aan te brengen in de communicatie naar de hond, leert de deelnemer welke gedragingen effectief zijn en welke niet. Deze succeservaringen verhogen het zelfvertrouwen, zelfverzekerdheid en eigenwaarde van de deelnemer. De link naar effectieve gedragingen in de echte wereld is dan snel gelegd.

Het werken met honden vergemakkelijkt dit proces om een aantal redenen. Honden kunnen de gevoelens en emoties van mensen oppikken en hierop reageren – zonder oordeel 1. De onvoorwaardelijke liefde die het dier uitstraalt, raakt snel de liefdesenergie van de deelnemer. Hierdoor wordt de deelnemer milder en gemotiveerder.

Daarnaast wijst onderzoek uit dat dieren een rustgevende werking op mensen hebben 1. Ook is bekend dat dieren, met hun aanwezigheid en hun directe, onbevooroordeelde gedrag, interactie tussen (vreemde) mensen kunnen stimuleren 2,3. Deelnemers kunnen makkelijker in staat zijn om hun gevoelens te uiten door deze te projecteren op de hond 4,5,6,7,8. De aanwezigheid van de hond creëert een sfeer van veiligheid voor de deelnemer(s) waardoor de mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling bespoedigd wordt.


  1. Fine, A. (2007). “Handbook on Animal-Assisted Therapy: Theoretical Foundations and Guidelines for Practice.” Academic Press UK, London.
  2. Levinson, B.M. (1969). “Pet-Oriented Child Psychotherapy.” Charles C Thomas, Springfield, IL.
  3. Fine, A. (2007). “Handbook on Animal-Assisted Therapy: Theoretical Foundations and Guidelines for Practice.” Academic Press UK, London.
  4. Mason, M.S., Hagan, C.B. (1999). Pet-assisted psychotherapy. Psychol. Rep. 84, 1235-1245.
  5. Reichert, E. (1998). Individual counselling for sexually abused children: A role for animals and storytelling. Child Adolesc. Soc. Work J. 15(3), 177-185.
  6. Reimer, D. F. (1999). “Pet-Facilitated Therapy: An Initial Exploration of the Thinking and Theory behind an Innovative Intervention for Children in Psychotherapy.” Unpublished doctoral dissertation, Massachusetts School of Professional Psychology, Boston, MA.
  7. Serpell, J.A. (2000). Creatures of the unconscious: Companion animals as mediators. In “Companion Animals and Us: Exploring the Relationships between People and Pets” (A.L. Podberscek, E.S. Paul, J.A. Serpell, eds.) pp. 108-121. Cambridge University Press, Cambridge.
  8. Wells, E.S., Rosen, L.W., Walshaw, S. (1997). Use of feral cats in psychotherapy. Anthrozoos 10(2/3), 125-130.